Hannah Hoekstra speelt in Kleine ijstijd, de slotfilm van PAFF, een van de hoofdrollen. In 2012 won ze een Gouden Kalf voor haar rol in Hemel. Hoekstra (1987) combineert haar filmrollen met voorstellingen bij het Nationale Toneel.

Rajko Disseldorp
AMSTERDAM

In Kleine ijstijd komt een groep vrienden, vroeger allemaal lid van dezelfde band, bij elkaar om de as van zanger Kas te verstrooien. Eén van hen, Lo (Steef Cuijpers), verschijnt met zijn veel jongere vriendin Delphina, gespeeld door Hoekstra. Zij zorgt ervoor dat de vriendschap flink op de proef wordt gesteld.

Hoe was het om voor Kleine ijstijd met actrice Ariane Schluter en regisseur Paula van der Oest te werken?
“Ik heb heel veel van hen geleerd. Ariane heeft een bepaalde schijt als ze speelt en daar kijk ik dan vol bewondering naar. We hebben deze film echt met vrienden onder elkaar gemaakt, in maar tien dagen. Er is een scène waarin we met zijn allen tegelijk spelen, een scène van liefst tien pagina’s. Daar heb ik het meest van genoten.”

Je doet zowel theater als film. Hoe groot is dat verschil?
“Een verschil van dag en nacht. Het heeft te maken met concentratie. Bij film ben je dertien uur op een dag bezig met stukjes van de puzzel. In korte momenten moet je zorgen dat je op je best bent. Theater is fenomenaal. Er zijn afspraken: de avond duurt een bepaald aantal uur, dit verhaal gaan we vertellen, met deze middelen, en iedereen concentreert zich daarop. Een aantal avonden in je leven gaat op het toneel de boel helemaal glitteren. Dan beland ik met de mensen in de zaal in een trip. Daar doen we het natuurlijk voor, het publiek en ik.”

Hoe lang geleden heb je zo’n trip gehad?
Ze lacht. “Dat weet ik niet meer. Nu klinkt het alsof de rest van de voorstellingen kut waren. Helemaal niet. Als ik speel, voel ik me altijd heel gelukkig, maar er zijn ook avonden waarop ik voor dertig man naar de verste uithoek van het land moet. Dat is niet per se iets waar ik naar uitkijk als ik ‘s ochtends uit mijn bed stap.”

Dacht je als kind al aan een carrière als actrice?
“Sommige mensen hebben heel erg een voorstelling van het leven, alsof het leven een kleurplaat is. Ze denken: eerst wil ik trouwen, kinderen en dan daar wonen. Dat heb ik nooit gehad. Soms vragen mensen me wanneer ik ben begonnen met spelen. Ik weet dat niet. Ik ben er gewoon nooit mee opgehouden.”

Deed je wel met een bepaald idee auditie aan de Toneelschool, en aan de Kleinkunstacademie, waar je in 2010 afstudeerde?
“Of ik naar de Toneelschool wilde, was voor mij geen vraag, zo is het gewoon gegaan. Ik weet nog dat een moeder van een vriendinnetje aan mij vroeg: wat ga jij doen? Ik zei dat ik naar de Toneelschool ging. Toen moest ze heel hard lachen. ‘Dat zullen we wel zien dan,’ zei ze. Ik ben er nooit bang voor geweest het te gaan doen. Ik voel me nu vooral gezegend en ik werk er keihard voor.”

Van je ouders kreeg je wel alle ruimte?
“Ja, cool is dat, hè? Die waren totaal fine met de hele bups. Als ik had gezegd dat ik tandarts wilde worden? Ook lekker doen. Ik probeer nu ook in mijn leven de dingen open te houden. Misschien wil ik over twee jaar wel graag een moestuin.”

Je bent nu in Berlijn voor een project. Wat doe je daar precies?
“Ik ben er voor een Duitse serie. Nu ben ik ook Duits aan het leren, dat wil ik per se kunnen. Ik word heel boos als ik iets niet meteen als beste kan. Ik probeer me daar nu een beetje bij neer te leggen, dat dingen niet altijd tijd lukken.”

Waar komt dat gevoel van de beste willen zijn vandaan?
“Dat had ik als kind ook al. Ik wil dan gewoon dingen direct kunnen en word boos als het niet lukt. Jongleren bijvoorbeeld, dan ga ik net zo lang met die ballen gooien tot ik het kan. Nu ik ouder ben, kan ik gelukkig soms wel denken: stapje voor stapje, jongens.”

Is die volharding ook deels de reden waarom je bent waar je nu bent?
“Dat is lastig te zeggen, dat ligt aan zoveel factoren. Ik ben nu een actrice, maar ik zie het ook niet als een vaste positie die ik voor altijd heb. Als je op een berg zit, kun je er ook af rollen.”

Zo’n moestuin beginnen zou dus ook nog echt kunnen.
“Zeker. Of ik ga een discotheek runnen.”