Lamyn Belgaroui (29) geeft workshops spoken word aan jongeren die vastzitten. ‘Ik zie hun positieve energie.’

Rajko Disseldorp
AMSTERDAM

Als kind volgde Lamyn Belgaroui (29) regelmatig workshops in Amsterdam-Noord, waar hij opgroeide. Terugkijkend op zijn jeugd weet hij dat hij hier veel aan heeft gehad. Bij een van de workshops weet Belgaroui dat hij de kantjes ervan afliep. Een docent sprak hem er op een motiverende manier op aan, door hem ook een compliment te geven. “Dat heeft echt wat met me gedaan. Het werkt goed voor jongeren om een rolmodel te hebben, iemand die iets vol passie en enthousiasme overbrengt.”

Toen Belgaroui ouder was, begon hij met raps en spoken word-teksten schrijven en optredens geven in theaters. Na zijn middelbare school deed hij een sportopleiding en vervolgens gaf hij sportlessen. Inmiddels geeft hij al drie jaar workshops spoken word vanuit Young in Prison. “Mijn beide passies zijn samengekomen: bezig zijn met spoken word en lesgeven, iets overbrengen aan anderen.”

U geeft de workshops aan jongeren die vastzitten. Hoe breekt u het ijs als u voor het eerst met hen kennismaakt?
“Als ik binnenkom ga ik niet gelijk vertellen wat de jongeren moeten doen, of uitleggen hoe het moet. Ik geef ze eerst de ruimte om aan me te wennen en bied de mogelijkheid om vragen te stellen. Daarna laat ik teksten van mezelf horen en deel ik mijn eigen levenslijn met ze. Vanuit daar gaan we werken. Meestal merk ik dat jongeren zich dan op hun gemak voelen. Het ijs is gebroken.”

Durven deze jongeren zich kwetsbaar op te stellen in hun teksten?
“Ik ben ervan overtuigd dat iedereen een boeiend verhaal heeft, maar het verhaal van deze jongens is écht boeiend. Sommigen durven bij zichzelf tot de onderste laag te komen en dan lukt het ze om zich te uiten. Ik probeer hen de tools hiervoor te geven. Je merkt dat bij de jongens die het lukt zich comfortabel genoeg te voelen om te delen, iets heel unieks ontstaat. Het vraagt veel energie van mij, maar het levert ook veel energie op.”

Waarom vergt het veel energie?
“Het kost tijd en energie voordat ze met me willen werken en zich voor me openstellen. Het gaat erom dat wat je doet echt is, die jongens voelen dat haarfijn aan. Ik zet me elke workshop tweehonderd procent in en dat werkt vaak goed. In de instellingen waar ik kom, kennen ze me inmiddels meestal en dan word ik echt op een toffe manier ontvangen. Het voelt goed iets voor ze te betekenen. Ik bereik een laag bij hen waar veel mensen niet één, twee, drie komen. Dat is echt iets moois.”

Zijn er jongeren die u extra bij zijn gebleven door hun persoonlijke verhaal?
“Er was eens een jongen die me vertelde dat hij van kleins af aan de straat op moest, samen met zijn moeder, om de eindjes aan elkaar te knopen. Dat zijn best wel heavy dingen. Je denkt: dat bestaat niet in Nederland, maar dat is dus wel zo. Mensen denken in eerste instantie vaak dat jongeren in de gevangenis niet deugen, maar ik zie hun talent en hun positieve energie. Als het zo’n jongen lukt om met mijn hulp op een creatieve manier zijn verhaal te vertellen en zichzelf te uiten, raakt me dat.”

U bouwt in een korte tijd een band op met de jongeren. Hoe is het om daarna weer afscheid te nemen?
“Dat is moeilijk, het houdt me ook zeker bezig. Ik ben oprecht geïnteresseerd in de doelgroep waar ik mee werk. Vaak genoeg hoor ik aan een persoonlijk verhaal gewoon dat een jongen echt van goede wil is, maar door omstandigheden in deze situatie is beland. Dan houdt het me erg bezig of iemand daarna goed terechtkomt.”

Waar komt die interesse vandaan?
“Ik had een moeilijke start in mijn jeugd. Mijn omgeving bestond uit hetzelfde soort jongens als de jongeren die nu vastzitten. Ik heb zelf het geluk gehad nooit achter slot en grendel te hoeven zitten, maar ik merk wel dat ik veel raakvlakken met ze heb. Daarom kan ik ze vertellen hoe ik het leven zie. Ik vertel altijd dat het snel gaat en dat je er daarom iets van moet maken. Je hoeft niet gelijk te weten wat je wilt worden, maar ga wel op zoek naar dingen die je interesseren en maak er iets positiefs van.”