Wie een monster, lijk of andere ‘prop’ nodig heeft voor een film, kan al dertig jaar terecht bij Rob’s Prop Shop in Purmerend van vader en zoon Rob en Erik Hillenbrink. Hun laatste project is een metershoge giraf voor de nieuwe film Dikkertje Dap.

Rajko Disseldorp
AMSTERDAM

Een paard dat uit de lucht komt vallen, boven op een auto, in de film Sint. Het hoofd van actrice Carice van Houten dat in Komt een vrouw bij de dokter kaal wordt geschoren. En acteur Edo Brunner die als buschauffeur van De Griezelbus zijn huid eraf trekt en verandert in een levend skelet. Het is allemaal het werk van rekwisietenbouwers Rob (60) en Erik (30) Hillenbrink, die met familiebedrijf Rob’s Prop Shop al meer dan dertig jaar props verzorgen voor talloze films, series, commercials en opera’s. “We zeggen altijd: je kunt het zo gek niet bedenken of je vindt het hier bij ons,” zegt Rob Hillenbrink lachend in het kantoor van zijn werkplaats in Purmerend.

Rob Hillenbrink groeide op in Castricum, waar zijn ouders meerdere winkels hadden. Al snel hielp hij als jongetje met de decoraties voor de etalages. Tot op een dag een dorpsgenoot, die toevallig chef bij de decorafdeling van De Nationale Operastichting was, aan zijn vader vroeg: “Wie bouwt die decoraties allemaal bij jou?” Niet veel later stopte Rob Hillenbrink met school. Hij kon op vijftienjarige leeftijd aan de slag als leerling-decorateur op de decorafdeling. Na een jaar op het decoratieatelier werkte hij veertien jaar binnen hetzelfde bedrijf op de rekwisietenafdeling. In 1986 besloot hij zijn jongensdroom – ‘monsters bouwen’ – uit te voeren en begon hij voor zichzelf.

De giraf in de film Dikkertje Dap is bijna vier meter hoog en hij beweegt echt.
“Ja, op de set bespeelden we de giraf zelf. Mijn zoon Erik deed de grote bewegingen van de nek en de kop, ik deed de mimiek. Op de set sprak ik ook de teksten van de giraf. Het is wel een teleurstelling dat iemand anders zijn stem doet in de film.” Lachend: “Nee, hoor. Dat wisten we van tevoren. Maar het is heel grappig dat een hele crew eraan gewend is dat de giraf met jouw stem praat en dat het in de film dan plotseling iemand anders is.”

Bent u meteen enthousiast als iemand een aanvraag doet om een giraf te maken?
“Altijd als zo’n klus binnenkomt, denk ik: yes, te gek. En als we ermee aan de slag gaan, denk ik: oh my god, hoe moeten we dit nu weer oplossen? Maar dat houdt het wel spannend.”

Waar zaten de complicaties?
“Nou.” Rob verschuift op zijn stoel. “Dat was best wel een dingetje; de maat, de afstand. Hij heeft een heel lange nek, dus je moet met mechanieken door die enorme nek heen en dat moet allemaal maar bewegen. Dat maakt het best gecompliceerd, maar het is toch gelukt.”

Hoe maakt u zo’n filmgiraf?
“Eigenlijk bestaat ie uit twee delen. Het ene gedeelte is de binnenkant: de constructie, het laswerk. En het andere gedeelte is de buitenkant: de vorm, de huid. Als het goed is, komt dat op een gegeven moment samen. Het kan lastig worden, want dat constructiegedeelte moet natuurlijk wel in de buitenkant passen. Met welke materialen we werken, verschilt per klus. We gebruiken ongelooflijk veel siliconen op de gezichten, maar we grijpen ook terug naar oude materialen, zoals latex. Dat is heel beweeglijk en licht. Met zo’n groot beest is dat materiaal handig: het moet tenslotte ook vervoerd kunnen worden.”

Wanneer is het goed wat u maakt?
“Het is nooit goed. Je bouwt het, en daarbij heb je een bepaald beeld in je hoofd van wat je wilt bereiken, maar dat lukt eigenlijk nooit. Zodra een project klaar is, weet je wat er beter had gekund. En dat is goed, want dan blijft er wat te wensen over. Als je ooit het ultieme maakt, moet je stoppen.”

Van welke klussen wordt u naast deze giraf nog meer enthousiast?
“Zo’n giraf is uitzonderlijk, omdat die veel aandacht krijgt. Er zijn heel veel dingen waar ik écht vrolijk van kan worden, zonder dat iemand het ooit ziet. Voor de film Een echte Vermeer hebben we het uiterlijk van Jeroen Spitzenberger volledig veranderd. Daar wordt in de media niets over geschreven. Dan weet ik dat ik het goed heb gedaan, als het niet opvalt. Ik vind het heel fijn om zoiets ingewikkelds samen met een acteur voor elkaar te krijgen. Dan zit ik weer in een make-uptrailertje om zes uur ‘s ochtends in Luxemburg of Frankrijk.”

Denkt u nooit als u wakker wordt: shit, nu moet ik weer uren in de auto zitten om op de filmset te komen?
“Nooit. De avond van tevoren ga ik al met die klus in mijn hoofd naar bed. Als ik wakker word, ben ik blij dat ik dat kan gaan doen. Ik leef er steeds weer naartoe.”

Uw leven staat in het teken van werk?
“Ja, absoluut. Aan de giraf werkten we drie maanden, maar dan wel dag en nacht. Mijn zoon, die nu negen jaar in het bedrijf zit, zegt: ik wil ook een privéleven. Hij probeert ook iets vaker vrij te nemen. Maar als het je passie is, dan ben je toch gewoon altijd bezig. Het is het mooiste vak dat er is, maar het is ook heel zwaar.”

Heeft u weleens verzoeken afgewezen?
“Eigenlijk niet. Maar in de televisiewereld bedenken ze gekke dingen. Er was eens een format bedacht waarin ze een vrouw wilden transformeren tot een andere vrouw, om er op die manier achter te komen of haar man zou vreemdgaan. Aan zulke dingen werk ik liever niet mee.”

Waar haalt u het meeste plezier uit?
“Het leukste is als je zo’n giraf bouwt en je de reacties ziet van de acteurs die ermee moeten spelen. Dat zo’n jongetje met een giraf kan spelen in plaats van met een pop. Dan werkt het. De minder leuke kant? Dat ik bijvoorbeeld naar premières moet om mijn gezicht te laten zien. Ik kan trots in de zaal zitten en mijn zoon aantikken, omdat iets weer is gelukt. Maar dat mensen na afloop enthousiast naar me toe komen, dat blijft een beetje ongemakkelijk. Het liefst ben ik gewoon aan het werk; dingen maken.”

Vindt u het wel leuk om interviews te geven?
“Het hoort erbij.” Lachend: “En anders had jij ook niks te doen.”